Inhoudsopgaveinhoudsopgave


De familie Verseveldt

Eind 2009 ontving ik een telefoontje van een mevrouw die op mijn site geweest was en gelezen had dat ik een Zwollenaar ben. Na een goed gesprek bleek dat zij in een ver verleden aan de gemeente Zwolle foto’s had gezonden die haar schoonvader, Jacob Verseveldt, gemaakt had op 14 april 1945 toen geallieerden Zwolle binnen kwamen via de Wipstrikkerallee.
Zij had na het toezenden van het fotomateriaal aan de gemeente nooit meer iets vernomen en vroeg of ik eens kon informeren of die foto’s bij het gemeentearchief terecht waren gekomen. Ze had er namelijk nog een paar gevonden en wilde wel de zekerheid dat ze op een goede plek terecht zouden komen. Anneke en haar man Wim Verseveldt (geb.1933) woonden nu in Hendrik Ido Ambacht. Wim woonde vroeger met z’n ouders in Zwolle aan de Wipstrikkerallee op nr. 126 en is rond zijn 20-21ste jaar vertrokken uit Zwolle nadat hij de HTS had doorlopen. De HTS zat toen nog in de barakken bij de Mimosastraat naast de Ambachtschool. Wim ging werken in Rotterdam.

Na contact te hebben gehad met Paul Harmens van de “Stichting ‘40-‘45” kon ik Anneke melden dat de foto’s bij het H.C.O. niet bekend waren. Het gaat om foto’s die met een X gemerkt zijn. Mevr. Verseveldt had mij namelijk na ons gesprek een A4 toegezonden met daarop afbeeldingen van die foto’s. De kopieën had zij gemaakt voordat de foto’s naar de gemeente Zwolle waren gezonden. De kopie was gemaakt, zoals dat toen gebruikelijk was, in de plaatselijke supermarkt en daardoor is de afdruk erg donker. Tevens had zij nog een drietal (bevrijding)foto’s bijgesloten met informatie en gegevens over haar schoonvader. De gegevens die op de achterzijde van de foto’s stonden heb ik verwerkt en aangevuld met wat ik via de telefoon van het echtpaar vernomen heb. In 2014 heb ik met mijn vrouw nog een bezoek aan de familie gebracht en wat gegevens uitgewisseld.
De foto’s zijn gemaakt door Dr. Jakob Verseveldt (geb.8 febr.1903) op de hoek van de Cornelis Houtmanstraat-Wipstrikkerallee aan de kant van de Elout van Soeterwoudeschool. Jakob is eind maart 1987 overleden en in de Zwolse Courant van 1 april 1987 heeft over hem een artikel gestaan. Hij was na de oorlog 41 jaar leraar en de laatste jaren conrector bij het Chr. Lyceum in Zwolle. Bekendheid verkreeg hij als wetenschapper door zijn onderzoeken op het gebied van koraal.

Buiten de vier met X gemerkte foto’s heb ik ook de drie andere afgebeeld. De originele heb ik aan Paul Harmens overhandigd uit naam van de familie Verseveldt! Ik heb geprobeerd de vijf foto’s hierboven in volgorde van tijd te plaatsen en ben uitgegaan van de hoeveelheid mensen die aan de zijkant van de straat staan.


echtpaar VerseveldtOp deze foto van direct na de oorlog links het echtpaar Verseveldt met zoontje Wim en aan de rechterkant, links van de man met hoed, Kees Verseveldt.

Ze staan bij de winkel met het opschrift boven de etalageruit “FOTOGRAFISCH ATELIER.”
Het is de winkel van fotograaf Keuzekamp aan de Oude Vismarkt in Zwolle. Nog net is naast de ingang het nummer 20 te zien.
Keuzekamp was een NSB’er en na de bevrijding moesten die het natuurlijk ontgelden.


De grote collectie glazen diaramen die Keuzekamp tijdens de oorlog gemaakt heeft van zijn medebroeders werden tijdens sloopwerkzaamheden van de huizen in de Enkstraat, rond 1986, gevonden op een zolder door Joop Bredewold. Daarna zijn de dia’s in het bezit gekomen van Steven Volmer die ze, nadat hij er kopieën van gemaakt had, weer doorgegeven aan het gemeentelijk archief. In die tijd was ik bezig met archeologisch onderzoek ter plaatse en hielpen deze personen mij regelmatig en daarom ben ik op de hoogte. Het lijkt of de mensen op bovenstaande foto hun zondagse kleren aangetrokken hebben. Waarschijnlijk zullen die kleren bewaard zijn om ze op een dag als deze te kunnen dragen? De vlaggetjes in de handen van de jongens, maar die zullen ze wel niet meer hebben, zijn interessant voor het archief.

Op 13 maart 2010 telefonisch nog gesproken met Wim Verseveldt. Hij kon zich niet veel meer herinneren van de intocht in de Wipstrikkerallee. Wel wist hij nog te vertellen dat aan het eind van de Wipstrikkerallee bij een opslagterrein (zagerij Slump?) tegenover de Oude IJsselcentrale, afvalhout in kleine stukken werden gezaagd voor de generatoren die als aanhangwagentjes achteraan de stadsbussen meereden en de energie voor de motoren leverden. Er werd verteld dat het hout afkomstig was van huizen die in Arnhem gebombardeerd waren! Wim en zijn broer Kees jatten (net als zo vele anderen) vanaf dat terrein hout waar ze de kachel thuis mee aan de praat hielden.
Onze buurvrouw Klein, Geraniumstraat 32, had als meisjesnaam Aalders. Haar vader was met een Duitse vrouw getrouwd. Hij was opzichter bij de houtopslag. Nu is de cirkel weer rond want die houtopslag was waar ik ook via de familie Verseveldt bij aangeland was. Namelijk waar ze hout zaagden voor de generatoren. Opslag bij de “Oude IJsselcentrale”. Die centrale lag aan de overzijde van die houtopslagplaats. Mijn zus ging er vaak met een kinderwagen naar toe om te kijken of er nog kolen lagen bij de aanlegsteiger of om hout te sprokkelen. Ook jongens uit de Wipstrik haalden daar hout vertelde ze want die hadden een vlot gemaakt en dan peddelden ze de Soestwetering over en kwamen zo op de opslagplaats. Misschien heeft mijn zus de jongens van de fam. Verseveldt daar wel meegemaakt!

Wim wist nog dat de Duitsers aan de Wipstrikkerallee met plaggen wallen hadden gemaakt zodat er een tank in kon staan zonder dat die opviel. De laatste dagen van de oorlog stonden er tanks in maar die waren plotseling verdwenen op de dag van de bevrijding. Opmerking: je kunt je afvragen of die tanks er nog stonden toen Leo Major op de avond van 13 april daar langs moet zijn gegaan toen hij aan zijn bevrijding van Zwolle begon! Leest u verderop dat verhaal maar eens.
De weilanden opzij van de Wipstrikkerallee waren voor Wim en zijn vrienden een speelplek. Op de zondagmiddag speelde daar het orkest van het Leger Des Heils. Wim wist ook nog te vertellen dat zij thuis onderduikers hadden. Eerst wist hij niet waarom al die vreemde mensen plotseling bij hun thuis waren maar later wist hij dat ze in de kelder en op de dubbele zolder verstopt zaten. De zolder was een schuilplaats die boven het gangpoortje, naast de woning, was getimmerd.

Wim zijn vader heeft zelf ondergedoken gezeten op een boerderij van de familie Kracht, langs de dijk bij Dalfsen. Hij wist zich nog goed te herinneren dat zij daar aren op het pas gemaaide graanveld mochten zoeken. Thuis werden die bewerkt om brood van te bakken. Via Anneke hoorde ik nog dat zij op visite waren geweest bij oud-Zwollenaren en over de oorlog hadden gesproken. Het ging om de familie Den Ouden-Rotsz? Ze hadden nog brieven en foto’s. Hij zou beheerder geweest zijn van het Oude Mannenhuis op de Vechtstraat in Zwolle! Nadat ik deze informatie en de telefoonnummers doorgegeven had aan Paul Harmens heeft hij contact met de families opgenomen. Later kreeg ik van hem een mail dat hij weer een aantal gegevens en foto’s aan zijn dossiers toe heeft kunnen voegen. Anneke bevestigde nog dat de familie Verseveldt boven hun fietspoortje aan de Wipstrikkerallee 126 een kamer hadden gemaakt voor de onderduikers. Paul vulde dit aan met het gegeven dat meerdere families aan de Wipstrikkerallee onderduikers hadden verborgen.

Leo MajorTot slot de laatste foto die Verseveldt in de Wipstrikkerallee gemaakt heeft: u ziet hoe druk het al geworden is als mensen van het verzet en van de BS de persoon verwelkomen die als de bevrijder van Zwolle wordt gezien. Het is Leo Major die in het midden loopt in zijn militaire outfit en een lapje voor zijn linkeroog heeft.

Gelukkig zijn op deze foto de mensen wel goed te herkennen. In het archief was tot dan toe alleen een foto bekend met Leo er op die gemaakt was verderop aan het eind van de Wipstrikkerallee bij de Vechtbrug. De hier afgebeelde foto is dus de vroegste weergave van Leo Major als bevrijder van Zwolle!


Links naast Leo is Frits Kuipers uit de Wipstrikkerallee, rechts van Leo met hoed Hans Bijtema. Aan de buitenzijde met de riem van het wapen over de schouder en de armband van de BS om, dhr. Ulfers. Hij zou in de verzetsgroep van Henk Beernink (De Groene) gezeten hebben. De politieman achter Leo is de latere schoonvader van Hennie Spijkerman. Hennie is nu, 2014-15, ass. van Frank de Boer, trainer bij Ajax. Aan de rechterzijde drie jongetjes waarvan de eerste (met laarsjes) Wim Verseveldt is en de jongen die aankomt lopen met het zwarte jasje en klompen aan, zijn broer Kees.


Bevrijdingsdag

Ik heb geprobeerd gegevens van verschillende personen aan elkaar te koppelen om zodoende meer inzicht te geven hoe de nacht/dag van bevrijding in Zwolle heeft plaats gevonden.

De 13-jarige Giena was op 14 april ’s morgen al heel vroeg aan het spelen bij de Hortensiastraat tegenover de Da Costaschool. In die school waren tijdens de oorlog Duitse soldaten gelegerd maar op 13 april waren die overdag daar al vertrokken volgens haar. Bewoners van o.a. de Pierik hebben, nadat de Duitsers daar weg waren, toen spullen uit het gebouw gehaald. Mijn vader had zich ontfermd over een houten kist terwijl mijn zus zich afvroeg of er geen betere dingen door de Duitsers in het gebouw achter waren gelaten! Ach, misschien waren anderen er sneller bij geweest en was er toen weinig meer te halen!
Op die vroege morgen van de 14e april kwam vanaf de spoorlijn bij de Ambachtschool met grote snelheid een motorrijder die zijn weg vervolgde richting de Hoge Brug/Wipstrik. Giena zag hem de brug overgaan. De motorrijder kan dan linksaf de Wipstrikkerallee in gereden zijn. Dus kan een (Engelstalige?) Canadees, die vanaf die kant Zwolle is binnengetrokken, vanaf de Wipstrikkant Zwolle ingereden zijn. Er is ook de mogelijkheid dat hij na het passeren van de brug rechtsaf is gegaan richting de Heinose kant. Bij Wythmen lag op dat moment namelijk het Régiment de la Chaudière met Franstalige Canadezen die Zwolle vanaf die kant wilden bevrijden! Misschien dat de motorrijder daar contact mee heeft gemaakt? Het dorp Wythmen ligt op ruim 6-7 km afstand van de binnenstad van Zwolle.
In ieder geval is in een ooggetuigenverslag te lezen dat een motorrijder vanaf de Ambachtsschoolkant de Groeneweg op kwam rijden en in de Anjelierstraat omringd werd door het volk dat van alle kanten aan kwam rennen. Luid toegejuicht vertelde de Tommie aan de verslaggever van “De Nachtwacht” dat hij een Canadees was. Hij was ook in Deventer geweest en moest nu naar de “Bridges”. Even kon hij niet verder rijden omdat hij tientallen handen moest schudden maar nadat hij verzekerd had dat de troepen weldra de stad zouden binnentrekken ging hij weer verder. Nauwelijks was hij vertrokken, rond 10 uur, toen twee Canadezen en later nog eens drie de Assendorperstraat op kwamen lopen. Waarschijnlijk waren dit verkenners want pas een kwartier later kwamen in lange rijen de troepen die in ganzenpas liepen. De bevolking vergaapte zich, met respect, aan de kleurlingen die uit een ver land voor onze vrijheid knokten! De verslaggever laat nog weten dat op dat moment er in de Wipstrik ook een Canadees binnen zou zijn gekomen die later gevolgd werd door de troepen, tanks en andere wagens. Later volgde een interview met twee Canadezen: John Allen en Harold Adams. Zij vertelden de verslaggever dat zij geen Tommies waren maar John Canucks zijn. De betonnen versperring op de Hoge Brug was al snel opgeruimd zodat het gemotoriseerde verkeer geen beletsels tegen kwam. “In de Wipstrik was de Vechtbrug opgehaald en versperd door de Moffen” zoals de verslaggever weet te verwoorden! Toen de brug werd neergelaten konden de militairen de stad in. Over de Hortentiastraat en Leliestraat reden tanks en deze rukten op naar de stad nadat alle belangrijke punten al waren ingenomen door de bevrijders. Tussen 12.00 en 13.00 uur zou dit alles hebben plaatsgevonden. Ook werden nog Duitse militairen gevangen genomen door de Canucks. Al heel snel waren “De Nederlandsche Binnenlandsche Strijders” begonnen met het ophalen van N.S.Bers en collaborateurs. Tot zover enkele aanhalingen uit een ooggetuigenverslag.
Giena wist op die vroege 14 april nog niets van een evt. bevrijding. Volgens haar waren er ’s morgens vroeg nog geen lopende soldaten de spoorwegovergang bij de Ambachtsschool gepasseerd want anders had zij dat wel waargenomen! Was de motorrijder die zij over de Hortensiastraat had zien rijden de eerste verkenner? Verder had zij op die dag vernomen dat een motorrijder bij Zalné, dus op de weg naar Heino, neergeschoten zou zijn. Voor de lezers die niet bekend zijn met de situatie: Zalné is de naam van het gebied waar een spoorlijn doorheen loopt en waar, volgens de verhalen van/over de bevrijder van Zwolle, zich van alles heeft afgespeeld. De spoorlijn ligt hemelsbreed op 3,1 km afstand van de Sassenpoort van Zwolle. Waarschijnlijk is het gegeven “van dat er een motorrijder neergeschoten zou zijn” een eigen leven gaan leiden? Verwarring omdat de vriend van Leo Major, Willie Arsenault, daar de avond ervoor gesneuveld was?

Een uitleg over het moment dat Zwolle gezuiverd zou zijn van Duitse militairen
Als u bij Google de naam Leo Major intypt kunt u op een groot aantal sites verschillende artikelen lezen waarin de officiële bevrijder van Zwolle zijn verhaal doet of waar de journalist zijn eigen interpretatie daarvan gemaakt heeft. Op Wikipedia zijn uit die verhalen de meest aansprekende “feiten” bij elkaar geraapt. James Bond zou op dat Rambo-verhaal jaloers worden. Waarom men deze spectaculaire bevrijding van Zwolle niet verfilmd heeft en waarom er geen boek over geschreven is, is mij een raadsel.


Leo MajorOp de foto een oudere Leo Major uit zijn Korea periode. Voor de bevrijding van Zwolle kreeg hij volgens Wikipedia zijn eerste Distinguished Conduct Medal. Hij ontving zijn tweede DCM tijdens de Koreaanse Oorlog voor een leidende rol in de verovering van een belangrijke heuvel. Kort na de invasie in Normandië heeft hij door heldendaden in “De slag om de Schelde” zo’n medaille aangeboden gekregen maar weigerde hij die. Hij wilde liever zeven vrije dagen! (Artikel in Trouw 29 oktober 2008)


Neemt u mijn cynische opmerking niet kwalijk maar ik heb genoeg vraagtekens als ik lees dat Leo in de stad Zwolle groepjes Duitsers, van elk 8 á 10 personen, gevangen nam in de binnenstad van Zwolle en die terugbracht naar zijn regiment, die 6-7 km terug gelegerd was in Wythmen. Hij ging dan steeds weer (alleen! dus) terug om een volgende groep Duitsers gevangen te nemen! Tussendoor had hij nog tijd om het hoofdkwartier van de Gestapo in brand te steken en bij het hoofdkwartier van de SS de helft van de manschappen te doden voordat de rest vluchtte!! Tussentijds zou hij ook nog bij vier huizen ingebroken hebben om wat uit te rusten! Zelfs wordt er nog geschreven dat hij een auto ritselde bij een verzetsman om het lijk van zijn gesneuvelde vriend Willy Arsenault op te halen. Die was namelijk gedood tijdens een vuurgevecht met de Duitsers in de late avond van de 13e april. Waarschijnlijk dat het ophalen op de 14e april pas heeft plaats gevonden? Op de morgen van 14 april zou hij namelijk tegen half vijf aan mensen van het verzet doorgegeven hebben dat Zwolle bevrijd was van Duitse militairen. Om 9 uur morgens heeft hij zijn regimentscommandant daarvan op de hoogte gebracht!

Tienmaal naar Wythmen en dan die 6 km afleggen met een groep gevangenen die echt niet in paradepas liepen! Per keer doe je daar toch, zonder te rusten, minimaal bij een snelheid van 4 km in het uur, 1½ uur over. Hij moest dan ook nog weer terug en daar zal hij niet veel sneller over gedaan hebben want er moest natuurlijk opgelet worden omdat er nog meer Duitsers rondliepen. Dus 1 groep gevangennemen en terug naar de stad kom je op 3 uur. Bij 10 groepen ben je alleen daarmee al 30 uur onderweg! Misschien dat zijn regiment langzaam is opgetrokken naar de spoorlijn in de Heinoseweg? Maar ook dat is meer dan 3 km vanaf de binnenstad en zal toch met 10 groepen gevangenen minimaal 15 uur geduurd hebben! Zolang heeft hij er niet over gedaan zoals u verderop kunt lezen. Helemaal alleen zou hij dat gedaan hebben. Vreemd, je zou verwachten dat als hij zijn eerste groep gevangenen afleverde zijn commandant minimaal één verkenner met hem mee zou sturen. Dit omdat Leo op de avond van 13 april 1945 samen met zijn vriend Willy Arsenault zich als vrijwilliger hadden aangemeld om in de stad Zwolle onderzoek te doen of er nog Duitsers waren. Zo ja, dan zou de stad de volgende morgen om 6 uur gebombardeerd worden met alle gevolgen van dien. (Hier nog een opmerking van mij: dat ik mij verbaas dat Leo dan pas om 9 uur bij zijn commandant aangeeft dat de stad vrij van Duitsers zou zijn terwijl de tijd van 6 uur morgens vast stond dat er gebombardeerd zou gaan worden!) Willy werd aan het begin van de verkenning, toen het al donker was, door de Duitsers neergeschoten bij de spoorlijn aan de Heinoseweg. Of was het bij de boerderij van Van Gerner zoals sommige bronnen melden? Of stond die boerderij vlak bij de spoorlijn? Leo ontsnapte.

Nergens is te lezen waarom die Duitsers niet achter Leo aan zijn gegaan. Hij zou voor hun toch een bedreiging vormen? Maar dit even ter zijde. Dat Leo als een Rambo door de stad heeft gelopen en zijn mitrailleur als een razende heeft leeggeschoten en handenvol granaten heeft afgeworpen om de indruk te wekken dat er een heel leger geallieerden de stad inkwamen, is een daad met veel lef. Dat lef heeft hij in het verleden al eerder ten toon gespreid zoals in de artikelen te lezen is. Wat mij wel opvalt is dat de verhalen van en over Leo pas in 1970 voor het eerst zijn genoteerd! Getuigen van zijn nachtelijke bevrijding van Zwolle? Leo zou in die nacht om half vijf ook nog contact hebben gemaakt met verzetsmensen. Hij vertelde ze dat de stad vrij van Duitsers was want hij had ze op de vlucht gejaagd! Hij regelde een auto van de verzetsman Kuipers die het lichaam van zijn vriend op moest halen! Dat lukte in eerste instantie niet want de auto werd beschoten door de collega’s van Leo toen ze in de buurt van de spoorlijn aan de Heinoseweg kwamen. Ze reden terug en Leo klom op de motorkap om zo de regimentssoldaten te laten zien dat hij bij die wagen behoorde en dat ze die niet moesten beschieten. En dat allemaal in diezelfde nacht!! Het is maar welke zaken de mensen aanspreken. Met alle respect voor onze bevrijder(s) maar mijn mening is: het verhaal over de heldendaad van Leo is volgens mij aardig opgeblazen en heeft vele vragen bij mij opgeroepen. Tienduizenden gehuchten, dorpen en steden zijn door de geallieerden bevrijd. Ik kan mij voorstellen dat er een soldaat naar voren werd geschoven als de eerste bevrijder van een gehucht, dorp of stad. Dat die soldaat als verkenner zijn heldendaden misschien wat overdreven heeft zal in die tijd geen mens geïnteresseerd hebben. Ik weet dat dit een gewaagde veronderstelling is en die mij niet in dank zal worden afgenomen. In ieder geval is Leo als bevrijder van Zwolle in de geschiedenisboeken terecht gekomen. Mijn gedachten over die bevrijding heb ik jaren geleden ook doorgesproken met Paul Harmens van de “Stichting 40-45” en met de directeur van het H.C.O. Bert de Vries. Hun mening: misschien heb je gelijk maar de geschiedenis die al vastgelegd is verander je niet meer!! Dat Leo de vertegenwoordiger werd van de bevrijders van Zwolle daar heb ik niet veel moeite mee maar een juiste weergave van de werkelijkheid zou ik waarderen.

In 2014 kwam het boek “40-45 Zwolle” uit. Het is geschreven door Herman Aarts en Paul Harmens. In het boek is op blz. 106 een portretfoto te zien van Leo en zijn 32 woorden aan hem gewijd! Over zijn heldendaden van die nacht is niets vermeld. Een teken aan de wand? Dat onze bevrijders het niet zo nauw namen met normen en waarden is op diezelfde bladzijde te lezen: “In de eerste dagen na de bevrijding was er sprake van een gezagsvacuüm: burgers beklaagden zich over het gedrag van geallieerde soldaten- ze waren dronken, vernielden en stalen van alles, mishandelden burgers en gingen wel heel erg vrij om met de meisjes en jonge vrouwen”.

Verder wil ik er niet meer over kwijt. Toets Leo Major in en lees de verhalen en oordeel zelf of “zijn bevrijding van Zwolle” aannemelijk is.


Terug naar het verhaal van Giena

De doodgeschoten motorrijder, waarvan mijn zus gewag maakt, zou dus niet op Willy Arsenault betrekking hebben want hij was de avond voor de officiële bevrijding al doodgeschoten en Willy en Leo zouden lopend geweest zijn. Of er een motorrijder gedood is ben ik in de geschiedenis van de bevrijding van Zwolle niet tegen gekomen! In de consternatie van de bevrijding zijn er misschien dingen gebeurd die niet naar buiten zijn gekomen of tijdens een interview door een journalist niet goed zijn vertaald/geïnterpreteerd? Ook al is het door de desbetreffende Leo Major verteld. Geruchten gaan een eigen leven leiden. Daarom is het erg moeilijk om een betrouwbare bron te vinden.
Welke geallieerden waren als eerste de grens van Zwolle overgestoken? De Franstalige of de Engelstalige Canadezen? Dat is moeilijk te bewijzen. Steeds heeft men het over de Franstalige Canadezen die via de Wipstrikkerallee Zwolle binnen trokken. Maar de Engelstalige Canadezen kwamen via Ittersum bij de bebouwing aan de Zwarteweg en nadat ze die weg gevolgd hadden op de kruising bij de Schellerallee/ Verbindingsweg (nu Grenslaan). Daar hebben zij zich gesplitst waardoor soldaten via “De Lure” in de Veeralle kwamen zoals bewoners mij vertelden. Ook zullen er soldaten geweest zijn die via de “Hoge Spoorbrug” zo in de Van Karnebeekstraat gekomen zijn. De anderen zijn via de Verbindingsweg de spoorlijn naar Deventer, bij de Ambachtsschool, overgestoken. Via de Deventer(straat)weg en Assendorperstraat rukten zij op naar de binnenstad van Zwolle. U ziet dat Zwolle op verschillende plaatsen (haast) tegelijk de geallieerden kon verwelkomen. Bij de Ambachtschool stonden toen honderden mensen de soldaten te verwelkomen. Op de vroege morgen van 14 april is het dus heel goed mogelijk dat vanaf de Ambachtschoolkant, een Engelstalige Canadese motorrijder de grens van Zwolle al gepasseerd heeft zonder dat de bewoners, buiten Giena dan?, dat in de gaten hadden!
De spoorwegovergang vanuit Schelle en de overgang aan de Ambachtschoolkant zijn verdwenen toen de IJsselallee aangelegd werd. Een gedeelte van de Verbindingsweg is nog te zien bij een bomenrij opzij van de spoorlijn net achter het benzinepompstation. Opzij van die bomen ligt nog een kolk met een sluisje/duiker. Een waterrestant die te maken heeft met een oude IJsselbedding daar ter plaatse.


Herman Dikken

Links
Deze foto mocht ik kopiëren van mijn nicht Bertha. Hij komt uit de bescheiden van haar vader, mijn oom Egbert Koopman. Direct na de bevrijding. Is dit op de Sassenpoortebrug? Op de achtergrond de bomen langs de Van Rooyensingel? Zo te zien was ook op die brug, net als bij de brug in de Hortensiastraat, een blokkade van de doorgang aanwezig! De kopie is ook doorgezonden naar Paul Harmens met de vraag of hij wist wie de personen zijn die op de foto staan. De rechtse persoon draagt de armband van de BS (Binnenlandse Strijders). Ik heb nog niets van Paul vernomen.

Rechts
Een foto uit het album van de fam. Dijkslag. Manni Dijkslag staat kort na de bevrijding op een oorlogsvoertuig met haar nichtje voor de zaak van Frans Alferink.

Herman Dikken

In ieder geval had buurman Klein, Geraniumstraat 32, (de opa) een fles jenever verstopt en bij elke geallieerde die gezien werd, had hij mijn vader een borrel beloofd. Dat heeft die geweten want binnen een mum van tijd waren ze beiden aardig aangeschoten. Wat wil je ook als alcohol tijdens de oorlog niet dagelijks op het menu stond.
Op die 14e april was de BS aan het eind van de morgen begonnen om op de Pierik N.S.B’ers en vrouwen die met de Duitsers contacten hadden onderhouden (waar bij sommige de hoofden werden kaalgeschoren) op te brengen. Zij werden via de zijdeur, aan de Assendorperstraat, op het schoolplein van de Da Costaschool vastgezet. Mijn zus stond met vele anderen daar naar te kijken toen er nog een paar granaten ontploften. De toren van de St. Jozefkerk werd geraakt en ook op de Molenweg sloegen ze in. Mijn zus werd door dhr. Krijte, die tegenover de zijdeur van de Da Costaschool zijn sigarettenwinkel had, binnen gehaald om te schuilen.
Bij de BS zag Giena ook nog de broer van onze tante (Heintje Dikken-Hagreis) voorop lopen met een wapen. Zijn naam was Johan Hagreis. Het was een vrij grote kerel zoals ik mij nog kan herinneren. Hij had zijn vrouw verloren en is later, toen hij moest dienen in Indonesië met een Indische getrouwd. Familie daarvan hebben nog iets met de Chinese restaurants in Zwolle-Zuid en Aa-landen te maken. Poon heten ze geloof ik.

Mijn zus zag ook dat Hagreis “Bochel Teunis” opbracht. Teunis deed in naaimachines en had een winkel op de Assendorperstraat en was N.S.B’er.
Op het Meidoornplein werd de “Beul van Ommen” opgehaald. Zo kende zij hem en hij was bijna een achterbuurman van ons. Mijn ouders woonden in de Geraniumstraat en hadden een achteringang. In dat pad moest de Beul van Ommen ook altijd met z’n fiets doorheen. Hij woonde in het huis van de fam. de Gunst die als spoorhaas ondergedoken zat. Het huis was onbewoond en de Beul van Ommen betrok die woning nadat hij de rest van de inboedel achter het huis in de fik had gestoken! Toen de BS hem ophaalde werd hij vreselijk geschopt en geslagen en hij moest met de armen omhoog het boek “Mijn Kampf” ophouden zodat iedereen kon zien waar hij mee bezig was geweest!

Naast de poort van het Meidoornplein woonde een familie waarvan de man ook zo’n pakkie aan had zoals Giena dat uitdrukte. De BS pakte hem ook op en tevens twee van zijn dochters. Het vreemde was dat in dat huis ook twee jongens uit Groningen ondergedoken waren. Toen de BS die ook mee wilde nemen was er een buurvrouw (Wijnberg), twee huizen verder, die de BS toeriep dat de jongens er niets mee te maken hadden en ze toen bij haar in huis heeft genomen. Tussen beide families in woonde ook een man die met een Duitse vrouw getrouwd was. Hij moest dienst doen voor de Duitsers maar na de oorlog werden zij door de buren gewoon geaccepteerd. Zo kon het ook!
Nadat ik bovenstaande zo links en rechts doorgesproken had met verschillende personen kreeg ik nog wat boeken en ooggetuigenverslagen in handen die vermeld zijn in “Mijn dank aan”. Na doorlezing daarvan en wat ik hiervoor al behandeld heb is mij gebleken dat er veel fantasie is geslopen in de verhalen die geschreven zijn over de bevrijdingsnacht van/door Leo Major. In de verslaggeving over de schietpartijen die Leo gedaan zou hebben staan zoveel tegenstrijdigheden dat mijn woorden als “een Rambo verhaal” niet ver van de waarheid is. Naamverschillen van de bewoners van een boerderij, locatieplaatsaanduiding waar de Canadezen voor Zwolle lagen, wel of geen doden bij de spoorlijn aan de Heinoseweg, tijdstippen waarop de Duitsers uit de stad vertrokken zouden zijn, gevechten met nog aanwezige Duitsers die wel of niet zouden hebben plaats gevonden, opblazen van gebouwen, ontmoeting met verzetsmensen, etc. zijn verwarrend, regelmatig tegenstrijdig maar ook ongeloofwaardig! Eigenlijk teveel om hier uitgebreid te behandelen. De journalist Wouter Bax van Trouw geeft op 29 oktober 2008 aan dat er een mythe ontstaan is rond de persoon van Leo Major en twijfelt aan de betrouwbaarheid van wat er beschreven is.
Ook over het tijdstip en waar precies de eerste bevrijders van Zwolle de gemeentegrens overtrokken bestaan nog steeds verschillende versies. Misschien dat een (aankomend) historicus eens de moeite wil nemen om dit alles op een rijtje te zetten zodat eindelijk de waarheid geschreven kan worden over de werkelijke gang van zaken rond de bevrijdingsnacht/dag van Zwolle? Dat de mensen van het verzet er hun bevrijding(man) van gemaakt hebben is hun niet kwalijk te nemen maar ik kies toch voor een juiste geschiedschrijving!

Herman Dikken

Links
Kort na de oorlog was er natuurlijk in 1947 de fusie tussen de mondorgelverenigingen en werd het gewone leven weer opgepakt. Daar hoorde natuurlijk ook een grapje bij want de motor waar Herman op zit was niet van hem maar werd beschikbaar gesteld door een fotograaf!

Rechts
1950. Aan de achterzijde van de Geraniumstraat 34 staat Herman naar mij, zoon Egbert, te kijken.

Herman Dikken
Herman Dikken

1951, Leeuwarden. Op bezoek bij Herman zijn broer Teunis, linksboven, en schoonzus Rieki Burghart, links. Herman rechts, heeft de arm om zich heen van Martha Wissink. Haar man Henk zit in het midden. Het kleine kereltje is waarschijnlijk Jan v/d Vegt.

Herman Dikken
Herman Dikken

Op 13 mei 1951 werd het 20 jarig huwelijk gevierd. Excelsior kwam zijn directeur/dirigent en zijn vrouw een serenade brengen in de Geraniumstraat. Voorzitter Chris van Unen feliciteerde het echtpaar waarna de muzikanten hun vrolijke klanken lieten horen aan de familie, vrienden en de buurtbewoners.

Herman Dikken
Herman DikkenHerman Dikken

Links
Gefotografeerd op 6 november 1952 in het stadhuis van Rotterdam tijdens het trouwen van Hermans jongste broer Jan met Jeanette(Netty) Schilt. Zij was de penvriendin van Jan toen hij in Indonesië diende. De hoedjes, het moest deftig zijn, die de dames op hebben zijn geleend van buren uit de flat van Netty haar moeder!
Op de foto van links naar rechts: Teunis Dikken en Rieki Dikken -Burghart, Cobus Dikken met Heintje Dikken-Hagreis, Herman Dikken en Beth Dikken-Koopman.

Rechts
In 1954 bracht Herman nog een bezoek aan Rotterdam samen met zijn zwager Bertus v d Vegt en zijn gezin.
Van links naar rechts: Bertus, Mevr. Schilt, Netty Dikken-Schilt, Coba v d Vegt-Dikken, Jan v d Vegt, Gieni v d Vegt en Herman Dikken. De auto was van Bertus.


Herman DikkenTot slot: in de familie werd veel gekaart en mijn moeder heeft dat lang volgehouden. Op latere leeftijd ging zij nog steeds naar het speeltuingebouwtje aan de Geraniumstraat om daar met andere ouderen een kaartje te leggen. Daar ontstond ook het idee om een wereldrecord te vestigen. Zo gezegd zo gedaan. Meer dan 24 uur zijn deze vrouwen aan het kaarten geweest en het wereldrecord werd vastgelegd.


Ik hoop dat u wat wijzer bent geworden over Herman Dikken. Ik in ieder geval wel maar ik weet ook dat het niet volledig is maar waarom; dat heb ik al aangegeven in het begin van “Levensverhaal”.


vorigevolgende