Overzicht artikelen![]() |
De 6-puntige ster en kerstman zijn massief en van lood(legering) gemaakt. Zoals u kunt zien zit er aan de bovenkant een uiteinde dat lijkt op de hals van de Ajeko-versiering. De hals waar later het glasoogje aangeplakt wordt. |
![]() |
Steeds
hielden de schrijvers mij dit voor toen ik bij hen thuis was en dat al de bij hun bekende gegevens afkomstig waren van de familie en ja, die weten alles nog precies en dat zou de
waarheid zijn en niet anders? Hoe objectief is dit alles? Veel informatie hebben zij verkregen van de dochter van Jezelin. Dus uit de derde hand! Ik wil hier kort op ingaan. Tijdens
mijn onderzoeken naar de Nederlandse productie sprak ik de vrouw van de toenmalige directeur van de VEBA. Ik kon haar zaken vertellen over de firma die zij nog nooit vernomen had.
Toen zij navraag deed bij haar 84 jaar oude echtgenoot moest hij beamen wat ik haar verteld had. Het bleek dat niet altijd aan de ‘ontbijttafel’ alle bedrijfs‘geheimen’ besproken
werden! Vrouwen werden in die tijd meestal buiten de zaken gehouden. Dat zal in België niet anders geweest zijn. En als dochter vereer je meestal je vader. Bekijk je het soms dan
niet met een wat roze bril? Verder is bij de schrijvers nog bekend dat toen de productie in België plaatsvond er gebruik gemaakt is van metalen, gips en (Berken)houten mallen. Ze
zouden op het hoogtepunt van de Ajeko-productie gemaakt zijn door Adolf Cauwenberg. Wie de mallen voor die tijd maakte is een vraagteken! En zijn de door hun genoemde mallen/
materialen van toepassing op de kerstversiering? Jezelin maakte namelijk veel andere voorwerpen van glas waar ook de mallen en modellen van aanwezig geweest moeten zijn.
Een model is een positief van een voorwerp dat gemaakt moet worden terwijl een mal het negatief bevat waar
in gegoten of waar mee gewerkt wordt. Op de Ajeko-film is een glasmaker te zien die een piek aan het maken is. De tweedelige gietijzeren mal heeft aan de binnenzijde de negatieve vorm
van de piek. De glasmaker heeft met de blaaspijp een ‘post’ glas uit de glasoven geschept, blaast wat in de blaaspijp waardoor er een luchtbel in het vloeibare glas ontstaat. Na nog
globaal wat narollen op de werkbank (welsblik) of slingeren in de open ruimte (het is maar hoe handig je bent) blaast hij soms grof het glas zoals het product/vorm er uit moet gaan
zien. Naar gelang de ervaring/vakmanschap van de glasmaker heeft hij de hoeveelheid glas ingeschat die nodig is om het product te maken. Daarom kan de glasdikte van het product verschillen.
Heeft hij te weinig glas uit de oven gehaald dan mislukt het maken van een goede kerstbal. De mislukking gaat bij het afval en wordt, zolang er maar geen gekleurd glas in verwerkt is,
meestal opnieuw gesmolten en hergebruikt. De glasmaker begint opnieuw.
![]() |
De deukbal van 3,8cm heeft 4 x 3 deuken. Deze zijn duidelijk handmatig aangebracht buiten de mal en naar ik aanneem voor de gasvlam. |
![]() |

![]() |
![]() |
![]() |
Je zou denken dat het glas vast zou gaan plakken aan het al verwarmde glas maar dat is niet het geval.
Op een demonstratiefilm is dat goed te zien. Meestal zien we puntmallen, die voor een spiegel te maken gebruikt worden, van gebakken klei of porselein.
Wat (mij wel) opvalt in de Ajeko-film is het lange steeltje dat nog aan de bal zit. Je zou haast denken dat dit
soort Ajeko-versiering als basis een glazen buis heeft gehad zoals dat ook bij de traditionele glazen kerstversiering in verschillende landen in gebruik was!![]() |
![]() |

![]() |
![]() |
Twee afbeeldingen uit de film van de firma Krebs uit Lauscha. Een modellenmaakster is bezig om met een scherp mes een kerstman en een beertje uit was te snijden. De modellen worden met gips of een andere materiaalsoort bedekt, gedroogd/verhit/gebakken waardoor het wasmodel verloren gaat. |
