Inhoudsopgave

ZWOLLE-ZUID - 11 september 1986

De werkzaamheden die plaatsvonden om een PTT-kabel te verleggen in een weiland tussen de Huetemate, de weg naar de oude Mars en de Deventerstraatweg, werden door Henri van Dijk in de gaten gehouden. Toch werd door een dragline een afvalkuil (P.1) gedeeltelijk weggegraven toen Henri even afwezig was. Toen wij dan ook opnieuw ter plaatse kwamen was de rest van de kuil al met een vrachtauto afgevoerd en ergens? gestort volgens de werklui. Het restant van de kuil, waarvan de onderkant op 1.1m +N.A.P. lag (1) bleek na een latere bestudering van de ‘geologische kaart’ (2) op een rivierduin te liggen. De afvallaag was ± 0.3 m dik en 1.7 m breed.
Tussen bot- en houtskoolrestjes werden een 80-tal, hoofdzakelijk kogelpotscherven gevonden. Van de scherven paste een grote hoeveelheid in elkaar en daarom kan met een gerust geweten de vorm getekend worden van een inheemse pot (R.1). Het handgevormde kogelpotmateriaal is licht met steengruis en organisch materiaal verschraald. De randen zijn op de draaischijf vervaardigd.


Henri van Dijk in gedachten verzonken.
Einde van de geul het weggetje naar ‘De Oude Mars’.
Op de achtergrond de manege.


Detail van de geologisch kaarten en de N.A.P. hoogtes

Datering

De randen R.1, 2, 3 en 5 zijn resp. 288, 265, 291, en 237 volgens de nummering in het boek ‘Zwolle in de Middeleeuwen’. Zij worden als vondst geplaatst tussen 800-1200 (blz. 33). Rand 4 is niet van een inheemse kogelpot maar van een ‘Paffrath’-achtig (3) materiaal. Aan het einde van de 12e eeuw, begin 13e eeuw, wordt de kenmerkende structuur van Paffrath aardewerk onduidelijk en bovendien ziet men een ruwe kwartsverschraling. Tevens komen er meer geprofileerde randen die boven aan de buitenkant licht concaaf (hol, bol) zijn (4). R.4 beantwoordt aan deze beschrijving. Een andere scherf uit het vondstmateriaal had wel een gelaagde Paffrath structuur.

Het stuk bodem (R.6) is een handgevormde standring die later nagedraaid is. De klei is van goede kwaliteit en heeft een enkel stukje steengruisverschraling. De kleur is wit tot licht-rose. Deze bodem en een andere scherf wijzen op het zogenaamde ‘Andenne’ (5) aardewerk wat veel in de 12e eeuw verspreid werd (6).
Ook zaten er vier ‘vroeg’-steengoed scherven bij de vondst. Deze scherven, welke bruingrijs van kleur zijn, vertonen aan de buitenzijde oranje spikkels. De kern is geel en vrij hard gebakken. De datering wordt meestal rond 1200 gegeven (7). Als einddatering van de inhoud van de kuil kan dan ook ± 1200 gelden.


In deze stortlaag kun je de kogelpotrand zien zitten welke hiernast getekend is.

Datering Zandhove!

Het rivierduin Zandhove dat ontstaan zou zijn NA een IJsseldoorbraak bij Harculo in 1573 (8) is waarschijnlijk vroeger verbonden geweest met het duin, waar de vondsten in werden gedaan. Toen de IJssel na ± 1200 actief werd, zou een gedeelte er tussenuit weggespoeld kunnen zijn, waardoor het water o.a. richting de Marslanden kon stromen.
Bij werkzaamheden ten behoeve van verlegging van leidingen werd geconstateerd dat er zich kalkrijke klei had afgezet bovenop de oude zandlagen (P.2). In (8) wordt deze kalkrijke klei als jonge IJsselklei aangegeven. Deze klei zou zich afgezet hebben vanaf de 12e-13e eeuw. In de Zwolse Courant van 4-12-86 is op een kaartje van C. Hamming aangegeven dat kalkrijke klei Ittersum nooit zou hebben bereikt! De discussie of de IJssel in een bepaalde periode wel of geen kalkrijke klei afgezet zou hebben en tot waar, wordt behandeld in WW2. In ieder geval heb ik op verschillende plaatsen in Zwolle kalkrijke klei gevonden waardoor de tekening maar ook de visie van Hamming in dat artikel niet klopt!
In november 1986 werd plotseling het hele voorterrein bij de Huetemate op de kop gezet. M.b.v. een draglinemachine werd de grond geschikt gemaakt voor volkstuinen. Met een beetje vooroverleg had hier een prachtig onderzoek plaats kunnen vinden!

Aanvulling 2010: i.v.m. ruimtegebrek toentertijd in het ZAD; Tijdens werkzaamheden op 16 september 1986, werden in Oldeneel nog enkele N.A.P. hoogtes van klei genoteerd.

In de omgeving van de Gedeputeerdenlaan kwamen dikke kleipakketten voor waarvan de bovenkant op 1.13 m + N.A.P. lag. De bovenste 40-50 cm bestond uit klei- en humuslagen. Blauwe klei, met diktes van 70-90 cm!, daarvan lag de bovenkant op zo’n 75 cm + N.A.P.. Het asfalt van de nieuw aangelegde wegen is op 2 m + N.A.P. gelegd. Een sloot, waarvan de bodem op ± 20 cm – N.A.P. lag, werd gebruikt om de rioleringsbuizen in te leggen. Al met al een interessant (water)gebied dat door water moet zijn overstroomd en waar zich jarenlang klei heeft afgezet.

    Noten

  1. Dank voor meetpunt onbekende opzichter.
  2. Rijks Geologische Dienst Haarlem, 1970.
  3. Paffrath, een plaatsje aan een rivier ten oosten van Keulen.
  4. Stad Antwerpen van Nederzetting tot Metropool 1982 bIz. 56.
  5. Andenne, gelegen in de Maasvallei tussen Hoei en Namen.
  6. Zie 4, blz. 58.
  7. Zie 4, blz. 73.
  8. Van Doornick 1828: deze is vermeld in de publicatie ’Afzettingen van de IJssel nabij Zwolle’ van C. Hamming. M. Knibbe en G. C, Maarleveld. De datering van 1573, het ontstaan van het duin, staat volgens mij ter discussie. Aanvulling 2010: Met dank aan dhr. Noordman van de firma Stevin die mij de meetgegevens bezorgde.