Inhoudsopgave


BRITSWERT - Friesland

Tijdens een visite (in september 1985) bij kennissen in Britswert werd mij bekend dat bij de aanleg van een riool dwars door het dorp geen archeologisch onderzoek had plaatsgevonden. Er werd een afspraak gemaakt om een weekend te komen logeren. De dorpskinderen, die geïnteresseerd waren, legde ik uit waar naar gekeken moest worden en gezamenlijk werd het dorp verkend.
In enkele omwoelde tuinen werden aan de oppervlakte kogelpotscherven gevonden. Paffraht, Pingsdorf en steenqoed behoorde mede tot de vondsten.
Nadat de laarzen aangetrokken waren kon een bezoek worden gebracht aan het weiland waar men de overtollige grond, die bij het leggen van het riool was vrijgekomen, gedeponeerd had.


Na thuiskomst in Zwolle werden de scherven getoond aan de prov. archeoloog A.D. Verlinde. Deze bekeek het vroegste aardewerk: een 50-tal dikke, zacht gebakken potscherven, waaronder besmeten aardewerk en een enkele Romeinse scherf. Ook een scherf van rood aardewerk met golfversiering trok zijn aandacht. De datering: een concentratie van vroeg inheems Romeins uit de 2e -3e eeuw.
Op advies van Verlinde heb ik dhr. Elzinga in Leeuwarden gebeld en melding gedaan van de toch wel bijzondere vondst. Na de melding is niets! meer vernomen van de Friese Archeologische Dienst. Jammer, want van de zo vroege geschiedenis van Britswert is nog niets bekend.
Bij mij komt dan vreemd over dat de R.O.B., auteur V. Es, in zijn archeologische cahiers 2 september 1985 “De Terpen” op blz. 2 stelt, dat de terpen zorgvuldig bekeken en beschermd worden! Tja, er is een groot verschil tussen willen en doen!