Inhoudsopgave


1984

Pletterstraat

In de Pletterstraat was nog niet alles gerestaureerd en dat kwam omdat een gedeelte in handen was van een particulier. O.a. de garage van de firma Til v/d Werf. Toen ik daar eens ging kijken bij de werkzaamheden waren bouwvakkers bezig om betonringen in te graven. Deze ringen werden gebruikt als fundering. Toen ik het er over had dat de kans bestond dat zij op oude beerputten konden stuiten was de eigenaar van het pand zo ‘vriendelijk’ om mij te vragen of ik op wou hoepelen. Deze persoon had ons tijdens de opgraving in de Pletterstraat van 1983 constant op de vingers gekeken maar ons een bakkie koffie brengen was er niet bij!. Alles wou hij toen van ons weten en blijkbaar wilde hij niet dat onder zijn perceel een onderzoek plaats zou vinden. De achterzijde van de huizen aan de Pletterstraat grensden aan de achteringang van zijn zaak die met de voorgevel aan de Diezerpromonade staat. Waarschijnlijk was hij bang dat er onder zijn pand belangrijke zaken gevonden zouden worden en dat een onderzoek de bouwwerkzaamheden zou vertragen. Je verbaast je wel dat het project ernaast met veel subsidiegeld opgeknapt wordt waarbij zoveel mogelijk de oude (stijl)lijnen in de voorgevel bewaard moesten worden, terwijl de garage van de particulier een schuifdeur kreeg. Het is niet te geloven dat dat is toegestaan!


Rechts op de afbeelding een gedeelte van de gerestaureerde 15 eeuwse huizen en helemaal links een aangepaste garagedeur. In het midden het pand waar de schoonheidscommissie waarschijnlijk zonder leesbril de aanvraag van bekeken heeft!


Graf voor de Peperbus | 11 maart

Er was in de week hiervoor een sleuf gemaakt voor een nieuwe gasleiding op de Ossenmarkt. R.v.B. en zijn compaan Assink (was dat niet de schoonzoon van Van Strien, leidinggevende bij Openbare Werken? R.v.B. weet zijn helpers wel uit te zoeken. Overal zocht hij steun!) hebben in die sleuf een paar schedels gevonden en Assink heeft die meegenomen. Wat daar mee gebeurd is? Voor verder onderzoek hadden ze geen tijd en daarom ben ik in het weekend van 10-11 maart met Wim Rijnbergen extra onderzoek gaan doen. Op de zaterdag was het weer zo slecht, zelfs sneeuw, dat de wielerkoers “Ster van Zwolle” voor de eerste keer afgelast werd! We hebben op de zaterdag niet veel gedaan maar zijn zondags terug gekomen omdat maandags de sleuf weer dicht gegooid zou worden. Toen wij een laag veldkeien ontdekten was onze interesse gewekt. Het bleek om een graf te gaan. In het graf lagen tussen het skelet scherven. Onze mening dat ze uit het begin van de 14e eeuw moesten zijn werd later door de prov. archeoloog Verlinde bevestigd. De bodem van het graf lag 1,7 m. beneden het maaiveld. Na onderzoek zijn de resten van het skelet teruggelegd in het graf.

Middelweg | 19-20 maart

IJzertijdaardewerk gevonden op hoek Middelweg-Zwartewaterallee. Na jaren van vragen: “Waar zijn mijn scherven gebleven”? kreeg ik van Verlinde een paar scherven terug waar ik nog steeds mijn twijfels over heb of die daar wel gevonden waren. Scherven die niet gemerkt/ingeschreven waren en dat, terwijl de regels van de gevestigde wereld van de archeologie dat wel voorschrijft, is een vreemde zaak! Herman Kamphuis heeft Verlinde een brief gezonden waarin hij om opheldering vroeg maar zoals zo vaak werd er niet gereageerd! Zelfs is het zo dat mijn vondst van de ijzertijdscherven niet meegenomen is in de locaties die de latere stadsarcheoloog Clevis vermeldt waar vondsten gedaan zijn uit de IJzertijd. Over negeren gesproken!

Nieuwstraat | 21-25 maart

Op de plek waar de schoenengigant Scapino ging bouwen, op de hoek van de Roggen- Nieuwstraat, werden de oude panden gesloopt door het bedrijf van Frits Klompjan. Ruud kreeg het direct met hem aan de stok want Ruud claimde alle vondsten. Klompjan stuurde Ruud van het terrein af en Ruud vroeg toen aan mij of ik nog wat kon redden desnoods op fiftyfifty basis. Frits bleek geen samenwerking meer te wensen omdat R.v.B. hem te na was gekomen zoals hij zei maar als ik wilde graven kon dat maar de vondsten waren voor hem! Heb daarom niet veel moeite gedaan om iets op te graven. Hij dacht zeker dat ik voor hem aan het graven ging.
Vreemde van dit alles is dat het de 2e aanvaring tussen R.v.B. en Klompjan was maar dat Ruud later, toen hij in 1987 een opgraving in de Praubstraat deed, deze Klompjan er in betrok en samen pontificaal in de krant stond! Opnieuw een bewijs dat Ruud alles opzij zet om mensen voor zich te laten werken als hij er de krant maar mee haalt en publicaties kan maken!!! Natuurlijk zal ik het wel te zwart wit zien maar buiten mij om had Ruud weinig mensen die bereid waren om dag en nacht te werken en ook nog eens al het materiaal had om opgravingen te doen.

Toch bij ‘Scapino’ af en toe de boel in de gaten gehouden en hoopte dat er nog grondwaarnemingen konden plaatsvinden. Funderingsstenen lagen gestapeld op het gelige zand. R.v.B. niet meer ter plaatse geweest. Tegels die in de panden aanwezig waren zijn naar de sloper gegaan (o.a. een pissertje). Na de sloop is er op het terrein ruim een week geen activiteit geweest en had er een onderzoek plaats kunnen vinden maar R.v.B. had daar geen zin in!! Op het verlaten terrein zijn met de detector nog verschillende munten, vingerhoeden, ijzeren gereedschap en een lakenlood gevonden.




Leeuwendaalder-Zwolle-1648-zilver-40 mm




Duit-Zwolle-1618-koper-22 mm




Arendschelling-Zwolle-1618-zilver-30 mm



2-stuiver-1677-zilver-18 mm


Door medewerking van de toenmalige eigenaar was ik in maart in staat om de funderingresten te onderzoeken van het pand op de hoek van de Wolweverstraat – Vijfhoek (nr. 5). Er bleek helaas al zoveel afgebroken en vergraven te zijn dat het niet meer de moeite was om er veel tijd en energie in te steken. Ook moest de verbouwing natuurlijk doorgaan. In April aan de overzijde op nr. 1 gekeken toen daar een verbouwing plaatsvond maar er mocht niet gegraven worden. Alleen met de detector nog een Daventria muntje gevonden.

In maart en april heb ik gekeken bij werkzaamheden die plaatsvonden m.b.t. de omklapping van de Ceintuurbaan.

Steenwijk | 21-25 maart

In de binnenstad vonden wij putten en laat middeleeuws materiaal dat R.v.B. mee naar huis heeft genomen. Nooit meer iets van gezien! In het jaarverslag voor de afdeling A.W.N. heeft R.v.B. zijn artikel geplaatst! In het POMflet, verslag over 1984-85, weet Verlinde over deze opgraving te melden dat R. van Beek vooral 13 eeuwse scherven van atypische late kogelpotten, twee Pingsdorf scherfjes en enige scherven van steengoed vond”. Het is toch niet te geloven hoe R.v.B. alles naar zijn hand weet te zetten. Opnieuw mijn vraag waarom naar Steenwijk. Kende R.v.B. iemand daar? Had hij daarom geen tijd/zin in de Scapino plek? Nadat ik mijn dossiers aan het opruimen was kwam ik een artikel tegen uit de Zwolse Courant van 20 september 1972. Daarin wordt de vuursteendolk, die gevonden is in Herfte, besproken met R.v.B. die toen ‘medewerker was van de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek op de afdeling documentatie’. Verder worden in het artikel de vondsten uit de trechterbekercultuur, die R.v.B. gedaan heeft op het landgoed Eese, beschreven net als het komende (1972) onderzoek met een archeoloog uit Amsterdam en de archeoloog van de provincie Overijssel. Misschien dat dit een verklaring is waarom R.v.B. iets met Steenwijk had?

Librije | 28-31 maart

Van 28 t/m 31 maart werd opzij van het restaurant de Librije, aan de kademuurkant (Adres: Aan de stadsmuur), een groenstrook aangelegd. Van de werkzaamheden was mij niets bekend maar gelukkig was ik in de buurt en zag de dragline. Tijdens het graven kwamen funderingen tevoorschijn die misschien afkomstig kunnen zijn van de firma Bergia, die daar vroeger panden had. Ook kan het muurwerk te maken hebben met een (oudere)stadsmuur. Meteen een melding gedaan bij R.v.B.. Hij wist van de werkzaamheden af en vertelde dat hij de afspraak met de Monumentendienst had gemaakt dat ze niet dieper zouden gaan dan nodig was om bomen aan te planten. (Had ik zo’n afspraak ook al eens niet eerder meegemaakt bij de aanleg van het Stinspark? Wat zijn ze toch naïef hé? Daarom dat R. mij niets over die werkzaamheden verteld had omdat hij geloofde dat de afspraak nagekomen zou worden?)

De volgende dag het werk in de gaten gehouden. Omdat er met een dragline gewerkt werd die geen drilboor op de arm kon plaatsen was het niet mogelijk om het brok steen kapot te maken en zo te verwijderen. Men wilde aan de onderzijde de bak plaatsen en dan de fundering optillen en verwijderen. Dus moest er erg diep gegraven worden! Toen de muur er uit was kon ik nog waarnemen dat vlak naast de stadsmuur, aan de zijde van de gracht eiken palen (oude aanlegkade? of basis voor het huisje. Zie kaartje) in de grond aanwezig waren. Toen die de volgende dag verwijderd werden kwam er ook materiaal naar boven uit een stortlaag die tussen de oude muur/palen en de huidige kademuur aanwezig was! Dankzij de firma van Gelder konden wij verschillende vondsten doen. Bij de derde dag waren namelijk Arnold Carmiggelt (secr. A.W.N.) en Vincent v Vilsteren (voorzitter A.W.N.) hun opwachting komen maken! Waarschijnlijk waren zij gewaarschuwd door R.v.B.! Zelf kwam hij in de middags pas kijken!


Van alles werd er gevonden: IJzeren gereedschappen, pijpenkoppen, fragmenten van aardewerk waaronder een spaarpot, sleutel, koperen kaarsenhouder die vastgemaakt was op een stuk hout, een koperen ketting die een onderdeel geweest moet zijn van de zwaardketting, tinnen lepels, een muntgewicht, rekenpenning, mondharpje, balansje met nog één koperen schaaltje, etc.. Het schoentje dat daar gevonden werd is beschreven in het artikel Schoeisel.
Aan munten vond ik nog een ½ stuiver van Zwolle uit 1600, duiten van Utrecht uit 1765, 1637, 1634 en 2x van 16??. Duit Gelderland uit 1631, duit Frisia 1618 en 16?? en nog een drie stedenmunt van ± 1556.


De vondsten zijn verdeeld onder R.v.B., Arnold, Vincent en ondergetekende. De uitvoerder heeft nog enkele pijpenkoppen ontvangen. Was de afvallaag afkomstig van het Broerenklooster of heeft het te maken met het huisje dat op de kaart van Blaeu te zien is?

Herfte | maart

Samen met Ruud bij grondwerkzaamheden gekeken. Er werd een stal gebouwd in de Kuyerhuislaan. Ze gingen niet diep genoeg om de ondergrond goed te zien.

Dalfsen | 10-11 maart

Met R.v.B. en Bruins hebben we Ab Goutbeek geholpen met het onderzoeken van grond aan De Bese. Verslag van R.v.B. in P.O.M. pamflet 1984/85. Terpaardewerk en materiaal uit de late IJzertijd en Romeinse tijd. Zandkop in venig gebied.

April

Verschijning van de 2e Nieuwsbrief waarin ik verslag doe van de opgraving aan de Pletterstraat van 1983. Tevens benadruk ik in het verslag dat het dringende noodzaak is om een assistent voor de provinciaal Archeoloog aan te stellen. Eigenlijk een open sollicitatie dus. Maar wist ik veel dat er al gesprekken gevoerd werden voor de aanstelling van een afgestudeerde archeoloog? Hoe kon ik zo dom zijn om te denken dat ik als assistent aan de bak zou komen!

Aa-Plein | april


Aan de achterzijde van de panden die op de hoek van de Roggestraat-Aa-plein staan werd gegraven. Omdat ik in de stad was en daar langs liep zag ik dat en verbaasde mij er over dat Ruud geen melding naar mij had gedaan van die werkzaamheden. Hij woont aan het eind van het Aa-plein!! Opnieuw geen melding! Enkele beerputten die tevoorschijn kwamen waren nagenoeg leeg. Op het plein, richting V&D, kwamen oude bouwmaterialen tevoorschijn. Niemand toonde interesse en daarom heeft Ronald v/d Berg ze maar meegenomen! Ronald is de zoon van Jaap v/d Berg die mij regelmatig hielp met de opgravingen. Gezien de mooie bewerkte fragmenten moet er een belangrijk pand gestaan hebben.


Ronald had ook al eens een prachtig fragment van een Middeleeuws ijzeren zwaard bij de IJssel gevonden. Tja, wie zoekt zal vinden!


Vergadering A.W.N. in april. In het veldverslag van R.v.B. over 1983, worden verschillende waarnemingen/opgravingen vermeld. Over het stadsonderzoek in de binnenstad van Zwolle schrijft hij keurig. “onder de deskundige leiding van ons lid E. Dikken konden diverse beerputten worden onderzocht etc..”. Hij verwijst dan naar het jaarverslag van de “Vereniging van Vrienden van de Stadskern Zwolle en naar de 2e Nieuwsbrief van de Zwolse Historische Vereniging. Toen R.v.B. dat verslag schreef waren er nog weinig problemen.

Bleekerswegje | april

Een telefoontje gekregen van de stadsfotograaf Jan de Koning. Waarom ik van hem een telefoontje kreeg en niet van R.v.B. is mij een raadsel want niet bij mij maar bij R.v.B. moesten de meldingen binnenkomen en R.v.B. verwittigde dan mij. Waarschijnlijk zal het te maken hebben gehad dat ik voor de zoveelste keer R.v.B. had gevraagd waarom hij mij niet de werkzaamheden meldde die de laatste tijd hadden plaatsgevonden. Of had hij geen zin om een put van 2.5 meter diepte te onderzoeken? Toen ik namelijk op de bewuste plek in het Blekerswegje aankwam bleek de put al verwijderd te zijn. Het duurde de aannemer namelijk te lang voor er iemand kwam!